Ritmes en bandbreedtes

Ontwerpend onderzoek naar een klimaatneutrale, circulaire en gezonde toekomst voor het industriecluster in het Noordzeekanaalgebied

De ontwikkeling van het Noorzeekanaalgebied vindt haar oorsprong aan het einde van de negentiende eeuw. De stad Amsterdam nam het initiatief om een directe verbinding naar zee te graven. Het doel was de achtergebleven industrialisatie van Amsterdam een impuls te geven en de stad weer bereikbaar te maken voor de grootste zeeschepen. De ontwikkeling van het staalcluster rondom de Hoogovens, het huidige Tata, in IJmuiden is één van de industriële ontwikkelingen die vervolgens in het gebied zijn geland.

De zeesluizen van het Noordzeekanaal bij IJmuiden in aanbouw. Aquarel door Greive jr, Johan Conrad (1837-1891)
Plan voor het kanaal door Holland op zijn smalst of Noordzeekanaal, met weergave van de spoorwegverbinding tussen Zaandam en Amsterdam en het Centraal Station gelegen in het Open Havenfront. Ca 1874

Talenten van de plek
De talenten van de plek, de vestigingsvoorwaarden, zijn bepalend geweest voor het succes van het staalcluster: directe aanvoer van kolen en erts over zee, een betrouwbare vaarverbinding naar het industriële achterland in Nederland en Duitsland, hooggelegen in de duinen, zoet water uit het duingebied, hoogwaardige leefomgeving voor de werknemers. Maar de talenten staan onder druk, deels door toedoen van de staalcluster zelf. De toekomst van het staalcluster is daardoor hoogst onzeker.

Overlap van toekomstperspectieven voor het NZKG van o.a. PBL, Deltares, Rademacher / de Vries, MUST, NOVEX Noordzeekanaalgebied, MRA, Provincie Noord-Holland

Nu, straks en later
De vraag die onder deze ontwerpverkenning ligt is: wat is een mogelijk toekomst voor het staalcluster in het Noordzeekanaalgebied? Om dit vraag te beantwoorden is gekeken naar de trends en ontwikkelingen vanuit nu richting 2100. Tot 2050 zijn de plannen en ambities helder, na 2050 zijn het de bandbreedtes van mogelijke effecten van klimaatverandering, bevolkingsgroei, etc. die nog enige houvast bieden. Zeespiegelstijging, een toename van fluctuatie in het waterpeil van de rivieren en verzilting van het gebied zijn de maatgevende condities voor het gebied.

Inzichten uit de verschillende scenario’s
Om mogelijke toekomsten voor de industrie in het hele Noordzeekanaalgebied inzichtelijk te maken zijn vier scenario’s ontwikkeld en verbeeld. De scenario’s zijn gebaseerd op enerzijds huidige trends en ontwikkelingen, anderzijds op toekomstige onzekerheden. Het onderliggende assenkruis neemt het watersysteem (verziltende zeeverbinding of zoet binnenwater) en het behoud of juist vernieuwing van de industrie als uitgangspunt. In ieder van de vier scenario’s wordt gestuurd op een andere zekerheid: staal, energie, haven en (zoet)water. Ieder scenario is opgebouwd aan de hand van een tijdlijn. En per scenario worden de belangrijkste uitgangspunten en te maken keuzes benoemd.

De vier scenario’s laten zien welke talenten van de plek in de toekomst gekoesterd, gecultiveerd of gevonden moeten worden en ook welke talenten wellicht obsoleet zijn geworden.

1. De zoetwaterbeschikbaarheid en de strategische ligging aan zee blijven van groot belang en moeten worden bewaakt (door het tegengaan van verzilting).

2. De aanlanding van wind op zee biedt, ook in de toekomst, de zekerheid van energievoorziening. Wel zal het Noordzeekanaalgebied minder afhankelijk moeten worden van de vaarverbindingen naar zee (voor het Westelijk Havengebied) en het industriële achterland.

3. De aansluiting op alternatieve multimodale- of multicommodity netwerken biedt toekomstige flexibiliteit.

4. De erfpachtconstructie van het Westelijk Havengebied is een talent dat ingezet kan worden om stapsgewijs ruimte te bieden aan een nieuwe industriële economie in het gebied. Aanvullende ruimte voor transformatie kan wellicht buitendijks gevonden worden met de ontwikkeling van eeen IJvlakte.

scenario: Staalzekerheid

Uitgangspunten
Sturen op strategische autonomie van de staalindustrie
Verbinding met Noordwest-Europese industrie
Transformatie van hoogovens naar productie circulair staal
Gebruik maken van (wind)energie van zee en groene waterstof

Keuzes
Sturen op strategische autonomie van de staalindustrie
Verbinding met Noordwest-Europese industrie
Transformatie van hoogovens naar productie circulair staal
Gebruik maken van (wind)energie van zee en groene waterstof

scenario: Energiezekerheid

Uitgangspunten:
Sturen op doorontwikkeling van een energiecluster
Verbinding met internationale én regionale energienetwerken (bijvoorbeeld Schiphol)
 
Keuzes:
Industriële ruimte buiten de sluizen gebruiken voor productie van groene waterstof én synthetische brandstoffen.
Zeelsluis zo lang mogelijk openhouden voor scheepvaart, later overslag van brandstof buiten de sluis
Verbindingen (kabels en buizen) met andere industrieclusters voor transport van energie
Verbinding met Schiphol voor transport Sustainable Aviation Fuel (SAF)
Westelijk Havengebied biedt ruimte voor opslag van synthetische brandstoffen en waterstof

scenario: Havenzekerheid

Uitgangspunten
Sturen op het behouden van een zeehaven voor de Metropoolregio Amsterdam
Onderdeel van een internationaal netwerk van zeehavens
Alle bestaande industrie (dus ook staalcluster) kan behouden blijven
 
Keuzes
Strategische uitbreiding van de haven voor de sluis in samenhang met kustverdediging: IJvlakte
Verplaatsing industrie in het Noordzeekanaalgebied naar IJvlakte
Op termijn sluiting Zeelsluis IJmuiden voor vaarverkeer
Multimodaal overslagpunt ontwikkelen in IJmuiden
Westelijk Havengebied biedt ruimte aan stedelijke circulaire economie

scenario: Waterzekerheid

Uitgangspunten
Sturen op blijvende zoetwaterbeschikbaarheid en tegengaan verzilting
Voorbereiden op toenemende onbetrouwbaarheid bevaarbaarheid rivieren
 
Keuzes
Investeren in maatregelen tegen verzilting
Productie van biobased materialen in Noordzeekanaalgebied en op de Noordzee
Zo snel mogelijk sluiten van de Zeesluis IJmuiden
Installatie voor bioraffinage op de plek van de hoogovens
Westelijk Havengebied biedt ruimte aan biobased bedrijven


Nu, straks en later, padafhankelijkheden in de tijd
De lange termijn toekomst van het industriecluster in het Noordzeekanaalgebied is afhankelijk van (onderling afhankelijke) keuzes die op verschillende momenten in de tijd om strategische ingrepen vragen: 

1. Aanlanding wind op zee; 2. Buitenhaven; 3. Multimodale/multicommodity overslag; 4. Waterberging/vernatting; 5. Spoorverbinding achterland; 6. Waterstofbackbone; 7. Kustbescherming; 8. IJvlakte; 9. Transformatiepotentieel Westelijk Havengebied

1. Zekerheden voor later benoemen
De grootste zekerheid richting de toekomst is de klimaatverandering. Verzilting van water en bodem waardoor de zoetwaterbeschikbaarheid onder druk komt te staan. Dit heeft vooral gevolgen voor de agrarische productie. De afnemende bevaarbaarheid van de rivieren door verdwijnen smeltwater van gletsjers en grilligere neerslagpatronen is een groot probleem voor het transport van staal(producten) over water. Daarnaast is er een toenemend overstromingsrisico door zeespiegelstijging.

2. Nu flexibiliteit inbouwen
Voorsorteren op afnemende bevaarbaarheid door bedrijven met afhankelijkheid van zeeverbinding te gaan uitfaseren in het Noordzeekanaalgebied. Tegelijk moet na al de frequentie van openen Zeesluis zo veel mogelijk verlaagd worden. Het ontwikkelen van nieuwe of verzwaren van bestaande achterlandverbindingen, inclusief multimodaal overslagpunt maakt het NZKG minder afhankelijk van transport over water.

3. Straks ruimte strategisch benutten
De schaarse ruimte voor de sluis alleen benutten voor programma dat een directe zeeverbinding nodig heeft.Verduurzaming van de hoogovens gebruiken om ruimte vrij te spelen voor de sluis.