Scheur in de tijd
VOORBIJ 2050
Het jaar 2050 is vaak een arbitraire eindstreep in het benoemen van visies en toekomstperspectieven. Hoe verder de extrapolatie, hoe meer onzekerheden er lijken te ontstaan. Maar de tijd stopt niet bij 2050. Een aantal kritieke omslagpunten ligt juist voorbij 2050. Hoe maken we een toekomst voorstelbaar die voorbij de horizon van 2050 ligt?
RITMES EN BANDBREEDTES
De bovenstaande tijdlijn is een verbeelding van verschillende ontwikkelingen in de tijd die van invloed kunnen zijn op de toekomst van het Noordzeekanaalgebied. Tot 2050 zijn er vastgelegde beleidsdoelen, verduurzamingsdeadlines maar ook ritmes van de zesjaarlijkse update van het Deltaprogramma, de dertigjarige concessies van de windparken op zee en de honderdjarige terugverdientijd van de recent opgeleverde Zeesluis IJmuiden.
Na 2050 zijn vooral bandbreedtes van de klimaatverandering dominant: de bandbreedtes van temperatuur- en zeespiegelstijging, aangevuld met de bandbreedte van bevolkingsomvang (lokaal én internationaal).
TIJDSDILATATIE
Tussen de overeenstemming en uitvoering
van een besluit ontstaat een dissonantie. De
uitwerking bevindt zich in een trager tempo
dan de daaraan gerelateerde ontwikkelingen
in onze leefomgeving, waardoor de uitkomst
vrijwel altijd achter loopt op de eisen van
de nieuwe situatie. De bandbreedte van
de oplossing is vaak minder breed dan de
bandbreedte van de opgave. Om vooruit
te lopen op toekomstige onzekerheden
moet daarom gewerkt worden met een
tijdsdilatatie, een flexibele ruimte in de tijd die
eventuele schokken in de tijd op kan vangen.
