Ministerie van Voedsel

We leven in een fascinerende “voedseltijd”. De ontwikkelingen op het gebied van nieuw voedsel gaan enorm hard. Innovaties in hoe we voedsel aangeleverd krijgen, maar ook culturele factoren hebben een ontzettend grote invloed op onze voedselindustrie. We staan nu aan de vooravond van een cruciaal omslagpunt. Hoe ver gaan deze ontwikkelingen eigenlijk en wie leidt deze change?

We hebben te maken met een afnemende voorraad grondstoffen, verspilling, veroudering, bevolkingsgroei en veranderende voedseleisen. Dat betekent dat de voedselindustrie zich moet vernieuwen. Het is tijd voor een nieuwe generatie ingrediënten, processen en nieuwe merken, die deze challenge aan gaan. Wellicht verdwijnt het voedsel dat we nu kennen. Die radicale verandering vraagt lef van de voedselindustrie. Een enorme uitdaging!

De grootste voedselinnovaties komen op dit moment uit Silicon Valley en van kleine lokale start-ups om ons heen, zoals de start-up Super Juicer, de veganistische plantaardige hamburgers van Impossible Foods, maar ook dakkassen, waar vissen gekweekt worden die met hun poep sla laten groeien. Deze baanbrekende ontwikkelingen onderstrepen de groeiende potentie om de toekomst van ons voedsel te evolueren en nog belangrijker om uiteindelijk onze gezondheid te verbeteren en duurzamere productiemethodes op te zetten.

Voor deze evolutie is een enorm progressieve houding nodig, om radicale veranderingen te creëren. Maar waarom lijkt dit probleem alleen opgepakt te worden door Silicon Valley en kleine start-ups? Waarom leiden bestaande merken met voldoende financiële middelen, rijke historie en expertise deze innovatie niet?

Als grote bestaande merken zich zouden verrijken met nieuwe technologie om hun eigen diensten, producten, productie en transport inzichtelijk te maken? En als ze de consument betrekken bij deze innovaties? En met kleine loops zouden werken net als de start-ups, zouden deze innovaties dan niet nog sneller gaan?

En heeft de consument eigenlijk niet een net zo’n grote rol in deze evolutie? Wat gebeurt er als bestaande merken een “samenwerking” opzoeken met echte consumenten, hun krachten bundelen, zodat de evolutie kan gaan plaats vinden?

Als we echt innovatieve producten willen maken, die goed smaken en voldoen aan onze wensen, zullen we allemaal een andere mindset moeten gebruiken. We moeten over grenzen heen stappen en nieuwe onnatuurlijke samenwerkingen aangaan.

We zien een enorm belang in het transparant maken van de huidige voedselindustrie, het vergroten van het bewustzijn van de consument. En aan de andere kant, een innovatieve push voor bestaande merken, om zich voor te bereiden op het feit dat over twintig jaar de schappen in de winkel totaal anders zijn en de bestaande supermarkt wellicht helemaal overbodig is geworden.

Scenario’s

Relevant op dit moment is dat de wereldmarkt in transitie is. Grote handelsblokken veranderen hun houding ten opzichte van vrijhandel en protectionisme. Daarnaast groeit de wereldhandel, maar verschuift het zwaartepunt voor zowel vraag als productie. Nederlands rol als producent voor de wereldmarkt en als draaischijf in de wereldwijde voedsellogistiek hangt duidelijk samen met de situatie van de afgelopen decennia. Veranderingen hebben daar sowieso invloed op. Mogelijke toekomsten moeten dus rekeningen houden met óf een nog groter handelsvolume en meer productie in Nederland óf een productie die zich op ons land zelf richt, met kleinschaligere productie, maar ook zonder grote doorvoer en de mogelijkheid om onze vraag buiten de landsgrenzen op te lossen.

De tweede kernonzekerheid gaat in op de houding van de consument. Accepteert hij nieuwe technologieën in onze voedselproductie en -verwerking? Of neemt de vraag naar ‘authentiek’ eten een grotere vlucht? Voorlopig ontwikkelt de vraag naar beide zich gestaag. De Dutch Weed Burger verenigt beide richtingen zelfs in één product. Vaklui bakken deze sappige burger, een novelty food gemaakt met ingrediënten als geroosterde sojasnippers, zeewier en algen. Deze ontwikkelingen zijn nog kwetsbaar voor aantastingen van de reputatie. Incidenten met voedselveiligheid kunnen ineens een grote verandering veroorzaken.

Als we de kernonzekerheden en de eerder beschreven observaties en trends projecteren op het assenkruis zien we dat de verschillende ontwikkelingen plaatsvinden in de vier kwadranten. Alle vier zijn voorstelbaar en relevant om verder uit te werken. Wij hebben deze vier scenario’s als volgt getypeerd en uitgewerkt:

  • Organic Fantastic
  • Supersize Me
  • Silicon Valley
  • Homegrown

Deze scenario’s hebben verschillende uitwerkingen op het Nederlandse voedsellandschap. Om inzicht te krijgen in die gevolgen maken we gebruik van een herkenbare omgeving zoals die op vele plekken in ons land kan bestaan.

Hier vinden we een stadje met voorzieningen als winkels, scholen en een station. Aan de rand liggen de werklocaties: bedrijventerreinen met kantoren en, specifiek voor een voedsellandschap, een aantal kassen en grote hallen voor opslag en verwerking. In de omgeving zijn de boerderijen met weilanden. Bundels van infrastructuur verbinden de verschillende functies met de rest van de regio, van het land en de wereld.

Organic Fantastic

Dit scenario gaat uit van een toekomst waarin de voedselconsument wantrouwend staat tegenover technologische modificatie van het voedsel en een hoge kwaliteit voedsel eist waarvan de oorsprong altijd is te traceren. Deze ontwikkeling is veroorzaakt door een groot aantal voedselschandalen wereldwijd: geknoei met paardenvlees in Europa, fraude met melkpoeder in China, etc.

De herkomst van het voedsel is niet maatgevend, zolang dit maar transparant is. Ook de opkomende middenklassen in China en India wensen alleen nog maar organisch en biologisch te eten. De goede reputatie van Nederland op het gebied van voedselveiligheid betaalt zich uit: midden- en kleinbedrijf richten zich op de wereldmarkt waar hun afzet enorm groeit. Ook grote multinationals op het gebied van voedsel moeten mee in de trend van ‘verklaarbaar’ voedsel. Ketens zijn totaal transparant en eerlijk. De toemende vraag legt wel druk op de binnenlandse productie. Kenniscentra Wageningen en Boskoop doen goede zaken door het ontwikkelen en verspreiden van oude en nieuwe technieken. Dankzij een herwaardering van eeuwenoude technieken als rotatiebouw, de inzet van ecologische bemesting en bestrijdingsmiddelen, en intensieve zee/landbouw in de Noordzee en de Waddenzee behoudt Nederland haar enorme overschot op de handelsbalans van agrarische producten.

Voor het landschap betekent deze ontwikkeling dat het agrarisch gebied toegankelijker is geworden. Grote, gestapelde zichtstallen tonen zich langs fiets- en wandelroutes en bezoekers lopen daar eenvoudig onaangekondigd binnen. Ook mengt de stad zich met het ommeland, door commerciële urban farming en buurtmoestuinen die hele straten, parkeerterreinen en ongebruikte bedrijventerreinen overnemen. Producenten weten dat het publiek kritisch is. Consumenten willen weten wie verantwoordelijk is voor de dagelijkse maaltijd. Elk bedrijf verkoopt daarom ook op de locatie van productie. Zo combineren ze marketing en verkoop. Veel van deze producten zijn ook rechtstreeks van de producent te bestellen wat wel ten koste gaat aan de one-size-fits-all formule van veel supermarkten.

Supersize Me

In dit scenario is volop ingezet op schaalvergroting van de bestaande voedselproductie. Sappelende boeren hebben hun bedrijf en land verkocht aan internationale investeringsfondsen die nu veel grotere, gespecialiseerde boerenbedrijven draaien. Het gemiddelde melkveebedrijf heeft tweeduizend koeien, twintig keer zoveel als in 2016. De eisen aan weidegang, stikstof-, fosfaat- en melkquota zijn losgelaten. Nu olie niet meer voorhanden is, maakt de circulaire economie dankbaar gebruik van deze chemische grondstoffen. Het vervoer van chemicaliën over de weg is inmiddels veel groter dan de belasting door melkwagens, maar ook leidingnetten voor deze stoffen verbinden platteland en industriële complexen. Het laatste beetje afval dat echt niet meer te gebruiken is, zorgt via vergisting voor de energievoorziening.

Voedsel wordt verhandeld op de schaal van de wereld en Nederland speelt dankzij de ligging en aanwezige expertise een belangrijke rol. De logistiek bedient de wereld en ons land verdient hier bakken met geld aan. Wel is het vervoer van bulk en grondstoffen steeds meer losgelaten. Verwerkte producten brengen meer op en hebben per volume een veel hogere waarde. De verwerking van onze eigen productie gebeurt dan ook steeds meer in Nederland. Vanwege het grote belang van transport én de gestegen brandstofprijzen en koolstofbelasting wegen chemie miles zwaarder dan food miles. Vervoer per vliegtuig is voor veel voedingsmiddelen rendabel. Over de Nieuwe Zijderoute, de spoorverbinding met China, rijden elke dag weer treinen vol babyvoeding, kaas, snoepgoed en frisdrank naar de nieuwe middenklasse in Azië. Opslag en verwerkende industrie concentreert zich daarom rond de internationale knopen: vliegvelden, havens en containerterminals langs de sporen.

Op het platteland is de variatie compleet verdwenen: landbouwkavels zijn samengevoegd en gericht op dezelfde tien soorten gewassen. Door toename van het areaal aan glastuinbouw en door gebruik te maken van genetisch modificatie is de opbrengst gestegen zonder behoefte aan extra bestrijdingsmiddelen en bemesting. Hierdoor is overal voldoende voedsel voorhanden om de tien miljard bewoners te voeden. In ons land is door de vergrootte draaischijffunctie elk denkbaar soort voedsel altijd beschikbaar. Zin in Thaise doerian of schorpioenfilet uit de Atacamawoestijn? Gewoon verkrijgbaar bij de lokale hypermarché. Daar is de keuze gigantisch, maar in heel Nederland blijven slechts vijf formules over, één per inkooporganisatie. Hun macht neemt toe door exclusieve banden met producenten die eerder in de ketens zitten.

Silicon Valley

In dit scenario speelt technologische ontwikkeling een belangrijke rol. Door verregaand beleid op gebied van natuurbescherming, tegengaan van ontbossing, etc. is de beschikbare grond voor het verbouwen van voedsel verminderd. Hoge transportkosten maken het onrendabel voedsel over de hele wereld te transporteren. Hierdoor zijn consumenten in Nederland afgesneden van traditionele voedselwingewesten in andere landen. Voedingsmiddelen zijn alleen nog beschikbaar als ze lokaal gekweekt of gemaakt zijn. Om aan de brede vraag te voldoen, is de productie daarom sterk gevarieerd, met kleinschaligere teelt.

De liefde voor gadgets is overgeslagen naar onze eetlust. Bijzondere, samengestelde en vernieuwende soorten voedsel zijn populair. Soms zó geavanceerd en zó duur dat ze alleen als geschenk worden gegeven bij bijzondere gebeurtenissen als bruiloften, geboorten en jubilarissen: event food, naar het voorbeeld van de Japanse vierkante watermeloenen.

De innovatie is aangewend om tot fundamenteel nieuwe productievormen te komen. Denk hierbij aan alternatieve grondstoffen met algen en insecten als bron van eiwitten, hightech precisielandbouw door drones en speciaal kunstlicht. Hierdoor zijn we veel minder afhankelijk van de aanvoer van grondstoffen en producten uit het buitenland. Ook is de kwaliteit van de omgeving (bodem, water, lucht, etc.) sterk verbeterd. Productie en verwerking zijn verregaand gerobotiseerd, wat de voedselveiligheid verbetert en de producten geschikt maakt als vervanging van veelgebruikte geneesmiddelen.

Nederland is in dit scenario zelfvoorzienend, net als vele andere regio’s. Iedereen staat voor dezelfde uitdagingen. Kennis en expertise wordt volop uitgewisseld tussen de verschillende regio’s. Veel bedrijven die eerder grootschalige massaproductie draaiden, hebben hun kennis van de processen in klinkende munt omgezet. De omzet uit verkoop is weliswaar sterk ingezakt, maar producenten uit de hele wereld onderzoeken hier hoe zij hun eigen productie kunnen optimaliseren. Het zwartedozenlandschap is getransformeerd naar een advieslandschap: de plek die showcaseprojecten tentoonstelt.

Duurbetaalde Nederlandse consultants reizen de hele wereld over om hun advies te verkopen. In hun voetspoor reizen de marketeers en storytellers mee, om een total package van verhaal en product (in licentie) aan te bieden. Food Valley Wageningen, de Meat Valley in de Peel, de Noord-Hollandse Seed Valley en de Friese Grass Valley zetten Brainport Eindhoven in de schaduw en strijden jaarlijks wie de meeste patenten scoort.

Home Grown

Vertrouwen speelt een belangrijke rol in dit scenario. De angst voor het vreemde en voor de vreemdeling is groter dan ooit. Dit geldt ook voor de omgang met voedsel. De vraag vanuit het buitenland is vrijwel ingestort door protectionistische maatregelen en belemmerende bilaterale overeenkomsten. Ook de Nederlandse consument heeft weinig behoefte aan producten van over de landsgrenzen. Wat de boer niet kent, dat eet ‘ie niet. Liever richten we ons op vertrouwde producten en trekken we ons terug in eigen kring. Autonomie en onafhankelijkheid zijn belangrijk om de zaakjes zelf te regelen. Dit geeft een samenleving opgebouwd uit kleine maar zeer hechte gemeenschappen die zich sterk naar binnen richten.

De basis voor de voedselhandel zal de streekmarkt zijn waar verbouwer en afnemer elkaar wekelijks ontmoeten. Food miles zijn de belangrijkste graadmeter voor de logistiek van voedsel. Niet uit ideologische overtuigingen maar door pure pragmatiek. Wat je eet, is afhankelijk van de afstand die de producent kan afleggen naar de markt, of die je zelf wil fietsen om de producten te halen. Logistiek wordt zo weer zichtbaar in de regio. Cirkels van een kilometer of dertig voorzien in een volledig dieet van streekproducten. De afwisseling op het platteland neemt enorm toe om zo een gevarieerd aanbod te bewerkstelligen. Noodgedwongen eten we veel meer seizoensgebonden. Fruit is vooral in de zomer en het najaar beschikbaar. In de winter heerst de spruitjeslucht en is het hutspot wat de pot schaft.

Het ideaal van sterke gemeenschappen geeft ook een hernieuwde waardering voor de ruil als bevestiging van een goede relatie, local for local. Dit vergroot de waarde van arbeid, wat kleinschalige specialisatie binnen de gemeenschap zinvol maakt. In elk dorp en elke buurt is wel een bakkertje te vinden. Nu efficiëntie en lage prijs niet meer doorslaggevend zijn, komt ruimte vrij voor natuurontwikkeling. Deze ecologische verbetering betaalt zich uit in een gezonder land. Het open, kale land verliest zijn logica. Gemeenschappen vestigen zich op overbodige en verlaten boerenerven om zelf de productie in de hand te nemen. Elke plek kent wel een moestuin met daarnaast een gaarkeuken. De ervaring van samen eten is onbetaalbaar.

Magazine